Wie zijn wij? > Geschiedenis

De geschiedenis van Balance en de drie communicatie-revoluties

Mijlpalen in de rijke geschiedenis van Balance zijn drie grote technologische veranderingen. Drie revoluties die hun uitwerking op de gehele communicatiebranche en de wetenschapsbeoefening hebben gehad.

In 1978 maakte Gerd Weyers, de latere oprichter van Balance, zijn eerste vertalingen nog op een loodzware Olivetti (foto). Voor de NOS. 'Ik was toen docent Literatuurwetenschap aan de UvA, maar ik vond het leuk om bij wijze van verzetje Duitse krimi's te vertalen. Eigenlijk vooral omdat ik dat een uitdaging vond. Vertalen was toen een zeer gerespecteerd beroep, beoefend door intellectuelen in stoffige werkkamers, omgeven door oneindig veel woordenboeken en naslagwerken.'

Revolutie 1: de computer

De Olivetti zou weldra plaatsmaken voor veel modernere 'productiemiddelen'. In 1979 werd de eerste elektrische schrijfmachine gekocht. In 1983, kort na de oprichting van Balance, volgde een elektronische Brother van maar liefst 4.500 gulden. Het apparaat was eigenlijk gewoon een typemachine met een opslagcapaciteit van niet meer dan drie pagina's tekst. Op een schermpje van 1 x 5 cm kon je de tekst lezen en corrigeren. Erg omslachtig, maar je hoefde in ieder geval niet opnieuw te beginnen als je typefouten had gemaakt.

Ondanks al haar beperkingen was deze elektronische schrijfmachine wel de voorbode van de eerste revolutie in het vertaalgebeuren: de tekstverwerker. Suzanne Gijsen, medeoprichtster van Balance: 'Het waren eigenlijk heel grote computers. Op het beeldscherm kon je de tekst lezen en corrigeren, net als op een moderne computer. Onze Wang - hét merk in die tijd - had nog geen harde schijf. Je had drie systeemfloppy's en drie tekstverwerkingsfloppy's. De gegevens bewaarden we op een zachte floppy van 5¼ inch (foto). Er gingen maar liefst 360 kb op. Geen MB, maar kb!'

'De Wang kostte meer dan 10.000 gulden, maar leverde ons wel de eerste echt grote opdracht op: alle vertaalwerk voor een complete brandweerkazerne in Angola. We vertaalden vanuit het Engels, Nederlands en Duits naar het Portugees. Elke stap in het proces kostte toen nog erg veel tijd. Ik herinner me nog dat ik op een zondagavond naar Amsterdam reed om een vertaling af te leveren. De mannen van Ajax Brandbeveiliging namen die de volgende ochtend mee in het vliegtuig naar Angola.'

Revolutie 2: de datacommunicatie

Tot halverwege de jaren '80 werkte de vertaler in betrekkelijke rust. Als een vertaling wat meer tijd had gevergd, kon je altijd nog even op de fiets of in de auto springen. Met de PTT was de vertaling anders een à twee dagen 'onderweg' geweest. Vanaf 1985 fladderden de te vertalen teksten per fax binnen. Omdat dat allemaal zo veel makkelijker ging, wilden de klanten hun vertaling ook liefst stante pede per fax terug.

Door de komst van de modem begin jaren '90 kwam de datacommunicatie pas echt op gang. Je kon teksten ineens via een gewone analoge telefoonlijn versturen. De deadlines voor de vertalers werden daarmee ook veel nauwkeuriger. Niet meer 'dinsdag of uiterlijk woensdag', maar 'dinsdag om 15.00 uur precies'.

E-mail, ook al niet veel ouder dan tien jaar, bood de mogelijkheid om bijlagen te verzenden. Dat was de volgende 'deeltjesversneller' in de datacommunicatie. Hierdoor werden de beide vestigingen van Balance (Amsterdam en Maastricht) virtueel één geheel.

Revolutie 3: internet

Met de uitbreiding van de opslagcapaciteit op harde schijven begon de volgende revolutie in het vertaalvak. Ron Theuns, huidig directeur van Balance: 'Het is nog niet zo lang geleden dat je harde schijf al vol was als je een paar flinke programma's had geïnstalleerd. Daarna ging de ontwikkeling heel snel. Ik weet nog dat ik op de vertaalafdeling van Stork het programma TermTracer heb geïntroduceerd. Daarmee kon je termen op een bepaald vakgebied opslaan, waardoor je niet voortdurend naar een gespecialiseerd woordenboek hoefde te grijpen.'

Gerd Weyers: 'Onvoorstelbaar wat er in amper een kwart eeuw allemaal is veranderd. Het is begonnen met een typemachine met een lint. Nu hebben we reusachtige digitale archieven, die wij door computer-aided translation tools (CAT) ontsluiten. In zo'n archief zitten feitelijk honderden woordenboeken. Elk woord dat eerder vertaald is, kunnen we met behulp van een CAT-tool terugvinden. Ook elke eerder vertaalde zin. Als de klant een tekst aanbiedt die bijvoorbeeld voor 30% identiek is aan een eerder vertaalde tekst, meldt onze vertaaltool dat keurig. Dat voordeel geven we aan de klant door.'


'Het digitale archief waarborgt ook de consistentie van de vertaling. Als voor een klant X een term Y op een bepaalde manier is vertaald, kunnen wij dat terugvinden. Fysieke archieven met hangmappen (foto) waarin wij de vertalingen voor elke klant bewaarden, zijn niet meer nodig. De komst van het internet was een revolutie van ongekende dimensies. Door het internet is het eigenlijk zelfs overbodig geworden om een handbibliotheek aan te houden of naar de openbare bibliotheek te gaan. We kunnen alles in alle talen opzoeken. Zelfs wetboeken zijn nu overbodig: de 'wet' staat gewoon op het internet.'

Ron Theuns: 'Ondanks deze ontwikkelingen blijft vertalen mensenwerk. Het gaat niet om de woordjes en termen, maar om de relatie daartussen. Een computer kan geen teksten begrijpen en op een heldere wijze in een andere taal weergeven. Dat is en blijft uiteindelijk het vakmanschap van professionele vertalers.'